Het voortbestaan van het Olympisch Stadion is niet vanzelfsprekend geweest. Er ging een jarenlange strijd aan vooraf maar toen het pleit was beslecht toverde renovatie-architect André van Stigt een kroonjuweel onder het verwaarloosde oude stadion vandaan.

Aan de levensvatbaarheid van het Olympisch Stadion werd getwijfeld maar in de afgelopen 20 jaar is bewezen dat die twijfel ongegrond was. Het stadion is vaak de creatieve broedplaats gebleken voor nieuwe ideeën (de WK Amsterdam, de glazen tent op de middenstip, de Coolste Baan) en een startpunt voor succesvolle initiatieven (de Amsterdam Marathon, de Suriprofs, de film première van Maradonna, Andere Tijden Sport), net zoals het in 1928 voor de eerste maal in de Olympische geschiedenis de vlam brandde.

We leven nu in een periode waarin geloof in een toekomst opnieuw essentieel is voor ons voortbestaan, waarin de spelregels het spel bepalen maar waarin door creativiteit de ruimte die de spelregels ons bieden moet worden ingevuld. Het is in de afgelopen 20 jaar nog niet voorgekomen dat we alle activiteiten moesten annuleren en onze deuren voor langere tijd moesten sluiten. Toch zijn wij met volle inzet bezig om het Olympisch Stadion te blijven ontwikkelen, en te kijken wat wél mogelijk is in de huidige omstandigheden. Zo werken wij nu hard met regisseur Martin Koolhoven aan de comeback van de drive-in bioscoop en zijn we met diverse concertorganisatoren in gesprek voor concerten in anderhalve meter stijl. Alle binnenruimtes zijn ingericht volgens de 1,5 meter regel, zodat ook daar de gezondheid gewaarborgd blijft en het Olympisch Stadion snel weer de verzamelplaats is van sport- en cultuurliefhebbers van bijzondere bijeenkomsten en evenementen; a venue of a lifetime.