Andere Tijden Sport begint op 13 mei aan zijn nieuwe seizoen. Het programma bestaat precies tien jaar, precies als het Olympisch Stadion negentig jaar bestaat. Gezamenlijk zijn we dus honderd jaar oud. Sporthistoricus Jurryt van de Vooren schreef daarom enkele korte verhalen, waarin hij de onderwerpen van Andere Tijden Sport koppelde aan de Olympische Spelen van 1928.

De eerste uitzending gaat over Erik Breukink in de Giro d’Italia van 1989. Toen in dit stadion de Olympische Spelen werden gehouden, had Nederland geen goede wielrenners op de weg. Er was niemand van het kaliber Erik Breukink.

Dat had niets te maken met talent, maar met de wet. Het was in 1928 namelijk verboden om wielerwedstrijden op de weg te houden en daarom gingen deze sporters maar verder op de baan. En daar was ons land dan wel weer goed in. Piet Moeskops uit Den Haag bijvoorbeeld. Of uit diezelfde stad Bernard Leene en Daan van Dijk, die in Amsterdam olympisch goud wonnen op de tandem.

Voor de olympische wegwedstrijd van 1928 moest de overheid echter eerst een speciale ontheffing verlenen. De Nederlanders werden 17e, 27e en 36e met een achterstand van dertig tot 45 minuten op de Deense winnaar Henry Hansen.

Na de Tweede Wereldoorlog mocht er in ons land eindelijk op de weg worden gereden zonder dat daarmee de wet werd overtreden. In 1954 was in dit stadion daarom de start van Tour de France, de eerste keer dat dit buiten Frankrijk zelf gebeurde. In 2010 begon de Giro d’Italia bij het Olympisch Stadion.

In 1991 had wielerliefhebber Harry Mater een plan om nog één keer een grote derneywedstrijd te houden in dit stadion. Eric Breukink moest de publiekstrekker worden. Het is er nooit van gekomen.