de drie musketiers

Piet Kranenberg, Bram Mulder en Otto Roffel waren de aanvoerders van de grote reddingsactie voor het Olympisch Stadion. In 1985 had de gemeenteraad van Amsterdam reeds besloten dat het stadion in de toekomst moest wijken voor woningbouw.

Roffel was in die jaren directeur van het Stadion, Kranenberg had als topman van Heineken in de stad een grote naam opgebouwd met zijn indrukwekkende netwerk en Mulder was de president-commissaris van de NV Olympisch Stadion. Ze voerden de lobby aan om de plannen van de stad tegen te houden. Hierbij kregen ze steun van architectuurhistoricus Maurits Nibbering.

Lobby met radicale vleugel

Paul Arnoldussen schreef hierover op 12 mei 2000: ‘Best mogelijk dat Kranenberg en Nibbering elkaar niet zo liggen. Nibbering vreest tot op de dag van vandaag de invloed van de commercie op het stadion meer dan Kranenberg, maar vast staat dat ze veel aan elkaar hebben gehad. Wat kan een lobbyist in de politiek zich beter wensen dan een tikje radicalere vleugel, wat moet een actievoerder zonder een beschaafde vertegenwoordiger in de betere kringen?’
De lobby forceerde in 1992 een doorbraak toen minister Hedy d'Ancona het stadion na vier jaar discussie op de monumentenlijst plaatste. Arnoldussen: ‘Ze volgde daarmee een advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, maar het was geen formaliteit; ze wilde in deze zaak zelfstandig beslissen.’ Kranenberg zei later in een terugblik: “Minister d'Ancona was onze redder, daar ben ik het volstrekt mee eens.”
Desondanks sprak de deelraad zich in 1995 uit vóór sloop ten behoeve van de bouw van 1250 woningen. Daarmee werd het eerdere besluit van de centrale gemeente bevestigd. De lange mars door de instituten was daarmee niet ten einde, maar Kranenberg gaf geen krimp: “Het neerhalen van een rijksmonument, dat is niet niks. In het verleden is dat maar een keer gebeurd, een woonhuis in Vlissingen.” Aldus Kranenberg, die voor de twijfelaars nog een nieuwtje had: “De generatie van mijn ouders heeft verdomd goed gebouwd.”

De provincie Noord-Holland had in 1996 de laatste stem, schreef Arnoldussen in zijn terugblik: ‘De zaak zou kunnen worden gered met particuliere investeerders plus 18 miljoen overheidsgeld - het werd uiteindelijk een miljoen meer - en vijf miljoen op te brengen door het publiek. Daarmee kon Kranenberg dan tonen dat het stadion draagvlak had, een eis van de gemeente.’

Renovatie

Het liep uit in de grootste publieksactie uit de Nederlandse geschiedenis voor behoud van een architectonisch hoogstandje. Het benodigde geld werd binnengehaald, waarna architectenbureau Van Stigt met de renovatie kon beginnen. Erica Terpstra kwam in november 1997 zelf langs om hiervoor het startschot te geven. Drie jaar later werd een accommodatie opgeleverd voor 22.500 toeschouwers, die 24 miljoen gulden had gekost.
Hiervoor werd het stadion grotendeels teruggebracht in zijn oude staat van 1928. De ringen werden eraf gesloopt en – tot verdriet van de wielerliefhebbers – de wielerbaan werd verwijderd. Hierdoor kregen de bedrijven in de voormalige catacomben een doorbraak naar binnen voor licht en een prachtig uitzicht. Onder het stadion werd een parkeergarage aangelegd.

Heropening op 13 mei 2000

Op 13 mei 2000 verrichten prins Willem-Alexander en IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch de heropening. Ook staatssecretaris Vliegenthart was hierbij, net als de toenmalige burgemeester Patijn en voorzitter Blankert van NOC*NSF.  

Legendes als Johan Cruijff, Fanny Blankers-Koen en Anton Geesink woonden die gebeurtenis bij als allergrootsten uit de Nederlandse sport.  Daarnaast speelde een achtjarig meisje een belangrijke rol bij die ceremonie: Jamile Samuel. Ze was destijds al lid van atletiekvereniging Phanos. “Ik werd hiervoor gevraagd en omdat ik alles leuk vond deed ik gewoon mee.”

Ze moest een brandende fakkel overhandigen aan kroonprins Willem-Alexander, waarmee het vuur in de Marathontoren werd aangestoken. “Vooraf werd ik wel gewaarschuwd niet te hard te lopen, omdat de cameraploeg met me mee moest rennen.” Het ging maar net goed: “Ik had bijna het haar van de kroonprins in de fik gestoken, omdat ik de fakkel over zijn hoofd heen aanreikte.”
Zestien jaar later speelde Samuel opnieuw een hoofdrol, nu als topatlete. Ze komt nog steeds uit voor Phanos op de EK Atletiek 2016 in het Olympisch Stadion en pakt daar een gouden medaille met de estafetteploeg op de 4x100 meter. 

Phanos is sinds de heropening de atletiekvereniging van het Olympisch Stadion. Twee toonaangevende standbeelden keerden terug als aandachttrekkers: het beeld van Prometheus uit 1947 en de Olympische Groet uit 1928 werden beiden aan de buitenzijde van het Olympisch Stadion geplaatst.

Tekst met dank aan Jurryt van de Vooren / www.sportgeschiedenis.nl